Atze en Abraham

Teleurgesteld. Dat woord gebruik ik voor de operatie. Hoe vind je het?  Wat voel je erbij? Ben je boos of bang?

Teleurgesteld ben ik. Ik dacht werkelijk dat God me riep. Om m’n ruim 25 jaar experience in the ministry te gaan inzetten in ZA. Geen gemakkelijke beslissing. Mieke en ik laten wel 6 kinderen achter. Maar in geloof – hun en ons – volgen we zijn roeping.

Afscheid van Amersfoort. Voorbereiding, verhuizing, vliegreis. En op dat moment zegt de Heer: nee jochie, ga jij maar op bed liggen. Op 10 augustus zit jij niet in een Boeing maar lig jij in het UMC.

Wat moet je daar nou mee? Bij iedereen roept dat vragen op. Liesbeth, onzeker: is dit de duivel die jullie probeert tegen te houden? Mieke, schuldbewust: hebben we dan de verkeerde beslissing genomen? Ik zelf, berustend: kennelijk wil God dat ik hem nu op een andere manier ga dienen.

Laconiek. Maar ik ben teleurgesteld. Of eigenlijk ben ik best een beetje boos.

Atze_1 En toen kwam Atze. M’n maatje van de Westerkerk.  Aan de vooravond van m’n operatie. Luisteren en praten. Met Mieke, Liesbeth en mij. Lezen en bidden. En hij bracht ons bij Abraham.

Genesis 22:

1 Enige tijd later stelde God Abraham op de proef. ‘Abraham!’ zei hij. ‘Ik luister,’ antwoordde Abraham. 2 ‘Roep je zoon, je enige, van wie je zoveel houdt, Isaak, en ga met hem naar het gebied waarin de Moria ligt. Daar moet je hem offeren op een berg die ik je wijzen zal.’

3 De volgende morgen stond Abraham vroeg op. Hij zadelde zijn ezel, nam twee van zijn knechten en zijn zoon Isaak met zich mee, hakte hout voor het offer en ging op weg naar de plaats waarover God had gesproken. 4 Op de derde dag zag Abraham die plaats in de verte liggen. 5 Toen zei hij tegen de knechten: ‘Blijven jullie hier met de ezel. Ikzelf ga met de jongen verder om daarginds neer te knielen. Daarna komen we naar jullie terug.’ 6 Hij pakte het hout voor het offer, legde het op de schouders van zijn zoon Isaak en nam zelf het vuur en het mes. Zo gingen zij samen verder. 7 ‘Vader,’ zei Isaak. ‘Wat wil je me zeggen, mijn jongen?’ antwoordde Abraham. ‘We hebben vuur en hout,’ zei Isaak, ‘maar waar is het lam voor het offer?’ 8 Abraham antwoordde: ‘God zal zich zelf van een offerlam voorzien, mijn jongen.’ En samen gingen zij verder.

Abraham_1_1

9 Toen ze waren aangekomen bij de plaats waarover God had gesproken, bouwde Abraham daar een altaar, schikte het hout erop, bond zijn zoon Isaak vast en legde hem op het altaar, op het hout. 10 Toen pakte hij het mes om zijn zoon te slachten. 11 Maar een engel van de HEER riep vanuit de hemel: ‘Abraham, Abraham!’ ‘Ik luister,’ antwoordde hij. 12 ‘Raak de jongen niet aan, doe hem niets! Want nu weet ik dat je ontzag voor God hebt: je hebt mij je zoon, je enige, niet willen onthouden.’ 13 Toen Abraham opkeek, zag hij een ram die met zijn horens verstrikt was geraakt in de struiken. Hij pakte het dier en offerde dat in de plaats van zijn zoon. 14 Abraham noemde die plaats ‘De HEER zal erin voorzien’. Vandaar dat men tot op de dag van vandaag zegt: ‘Op de berg van de HEER zal erin voorzien worden.’

Abraham_2_1

15 Toen sprak de engel van de HEER opnieuw vanuit de hemel tot Abraham. 16 Hij zei: ‘Ik zweer bij mijzelf – spreekt de HEER: Omdat je dit hebt gedaan, omdat je mij je zoon, je enige, niet hebt onthouden, 17 zal ik je rijkelijk zegenen en je zo veel nakomelingen geven als er sterren aan de hemel zijn en zandkorrels op het strand langs de zee, en je nakomelingen zullen de steden van hun vijanden in bezit krijgen. 18 En alle volken op aarde zullen wensen zo gezegend te worden als jouw nakomelingen. Want jij hebt naar mij geluisterd.’

Wilde God Isaak werkelijk dood hebben? Natuurlijk niet. De Heer was blij met Abrahams geloof, z’n vertrouwen, z’n overgave.

Wil God werkelijk dat wij onze kinderen achterlaten? Misschien wel niet. De Heer is blij met ons geloof, onze bereidheid om het voor Hem te doen. Voor Liesbeth en Mieke en mij was dit een eye-opener.

Natuurlijk wist ik ’t wel. Het heeft me altijd getroffen dat Paulus bij de collecte voor Jeruzalem – 2 Korinte 8 en 9 – geen concrete bedragen noemt. Het gaat niet om het bedrag maar om je hart. God is niet uit op je geld maar hij is blij met jou. Paulus schrijft:

Laat ieder zoveel geven als hij zelf besloten heeft, zonder tegenzin of dwang, want God heeft lief [niet: wat je, maar:] wie blijmoedig geeft (2 Ko 9:7).

Ik moet ook aan Psalm 50 denken. Israel leeft er lekker op los maar denkt de HEER te kunnen paaien met offers. Veel offers. Maar God is er niet blij mee. Hij wil meer.

Psalm 50:

Ik klaag je niet aan om je offers,
nooit dooft voor mij het offervuur.

Maar de stier uit je stal heb ik niet nodig,
noch de bokken uit je kooien.

Sigaren_1 Mij behoren de dieren van het woud,
de beesten op duizenden bergen,

ik ken alle vogels van het gebergte,
wat beweegt in het veld is van mij.

Had ik honger, ik zou het je niet zeggen,
van mij is de wereld en wat daar leeft.

Eet ik soms het vlees van stieren
of drink ik het bloed van bokken?

Breng God een dankoffer
en doe wat je de Allerhoogste belooft.

Roep mij te hulp in tijden van nood,
ik zal je redden, en je zult mij eren.

God zit niet te wachten op stieren of bokken, op geld of kinderen. Alles is en blijft van hem. Zo’n offer is – om een heel foute beeldspraak te gebruiken – een sigaar uit eigen doos. God wil ons zelf hebben. Hij is blij met mijn geloof, mijn vertrouwen, mijn overgave.

Op maandag 20 augustus zit Atze na z’n vakantie aan m’n bed. We komen nog eens terug op Abraham. Die Isaak aan God overgaf. En die hem toen van de Heer terug kreeg. Wie weet …

Abraham_3_1

We lezen uit Hebreeën 11:

Door zijn geloof ging Abraham, toen hij geroepen werd, gehoorzaam op weg naar een plaats die hij in bezit zou krijgen, en hij ging op weg zonder te weten waarheen.

Door zijn geloof trok hij naar het land dat hem beloofd was maar hem nog niet toebehoorde. Samen met Isaak en Jakob, medeëerfgenamen van de belofte, woonde hij daar in tenten omdat hij uitzag naar een stad met fundamenten, door God zelf ontworpen en gebouwd.

Door haar geloof ontving ook Sara, hoewel ze onvruchtbaar was gebleven en niet meer in de bloei van haar leven was, de kracht om een kind te verwekken, en wel omdat ze vertrouwde op degene die de belofte had gedaan. (…)

Abraham_4_1

Door zijn geloof kon Abraham, toen hij op de proef werd gesteld, Isaak als offer opdragen. Hij die de beloften had ontvangen, was bereid zijn enige zoon te offeren.
Terwijl er tegen hem gezegd was: ‘Alleen door Isaak zul je nageslacht krijgen’ ,zei hij bij zichzelf dat het voor God mogelijk moest zijn iemand uit de dood op te wekken, en daarom kreeg hij hem ook terug, bij wijze van voorafbeelding.

Teleurgesteld? Nee, niet meer. Ik hoef niet per se die offers te brengen. God is blij met mij.

Advertenties

Een gedachte over “Atze en Abraham

  1. herkenbaar..als ik dit lees moet ik denken aan wat er zo vaak in mijn geest gebeurd. Ik dacht vaak dat God van me zou vragen om iets te offeren/opgeven (“zelf doen”) in plaats van overgeven.

    Ik dank God voor uw genezing, en ben ervan overtuigd dat de heiliging in uw leven waar u van getuigd nieuwe hoop geeft voor allen om u heen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s