Categorie archief: Zending
Prophetic integrity, cruciform praxis
Als Nico Smith een straatnaam in Tshwane heeft verdiend, dan toch zeker David Bosch!
Hun levensgeschiedenis verliep in veel opzichten parallel. Beiden maakten een bekering door “from a racist Afrikaner nationalism into a life of prophetic witness to God’s inclusive justice and compassion.” Smith was in veel opzichten radicaler dan Bosch. Juist daardoor heeft David Bosch denk ik meer invloed gehad.
Ik kende Bosch natuurlijk uit z’n boeken. In 1973 hoorde ik als student een lezing van hem in Kampen. In 2007 las ik – op weg naar Afrika – met grote interesse Transforming Missions. Door dit standaardwerk – in 15 talen vertaald – is hij wereldberoemd geworden. Maar ik wist niet veel van hem.
Dit weekend las ik een boek dat juist veel vertelt over z’n leven. En die biografie wordt heel direct gekoppeld aan z’n theologische en missiologische standpunten. Leer en leven van David Bosch, zeg maar.
Z’n biografie is buitengewoon boeiend.
- Geboren in 1929 in Kuruman. Zou daar een straat naar hem vernoemd zijn? Ik denk ‘t niet. Z’n vader was zo boos dat David zendingswerk onder zwarten wilde gaan doen, dat hij drie jaar geen contact wilde …
- Z’n studie in Pretoria en later in Basel. De invloed van Oscar Cullmann en Karl Barth is in de boeken van Bosch terug te vinden.
- Van 1957 tot 1967 missionary in Madwaleni onder de Xhosa. Daarna tot 1972 docent aan de theologische school in Decoligny bij Umtata. Diep werkte hij zich in de Xhosa-taal en cultuur in.
- Z’n leidende rol als missioloog in de Southern African Missiological Society (SAMS) en haar tijdschrift Missionalia.
- Vanaf 1972 professor aan Unisa, de University of South Africa.
- De belangrijke rol die Bosch speelde wereldwijd, in de zendingswetenschap en de oecumene. Hij was een bruggenbouwer tussen ecumenicals & evangelicals.
- Het leven van verzoening dat David & Annemie Bosch leidden in hun huis in Menlo Park, waar echt iedereen welkom was. Het mooiste staaltje is het pyjama-incident (p. 34-35).
- Z’n tragische dood in 1992: na een verkeersongeluk bij Middelburg (Mpumalanga) bloedde hij dood omdat de ambulance pas na een uur kwam opdagen (p. 101-103).
In hun boek laten Klippies Kritzinger & Willem Saayman – leerlingen, collega’s, vrienden, opvolgers – familie, vrienden en collega’s aan het woord. In een goede mix van distantie en nabijheid lichten ze de theologie en de praktijk van David Bosch door. De schrijvers gebruiken daarvoor een interessante matrix, waarbij je van verschillende kanten naar iemands leer en leven gaat kijken.
Dat maakt het boek buitengewoon interessant. In willekeurige volgorde noem ik vier punten.
- Bosch bleef z’n leven lang in Zuid-Afrika en sloeg benoemingen overzee af. Hij bleef ook bewust lid van de blanke NG-kerk, in tegenstelling tot Nico Smith en anderen. Hij wilde van binnenuit – als blanke NG Afrikaner – werken aan verzoening.
- Bosch tekende niet het Kairos-document in 1985 – net als Desmond Tutu trouwens – maar nam wel in 1982 het initiatief voor de Open Brief.
- In z’n publicaties legt hij veel nadruk op de kerk als alternative community. Vanuit dat uitgangspunt heeft hij profetisch positie gekozen tegenover de ketterij van de apartheid. En hij leefde dat ook uit.
- “De kerk doet niet aan zending – de kerk is zending.” Ik weet van mezelf dat m’n eigen kijk op zending diepgaand beïnvloed is door het boek Heil vir die wêreld (1979).
Ik ben het lang niet in alles met Bosch eens. Maar hij is het – 20 jaar na z’n overlijden – waard om gehoord te worden. Voor wie Transforming Missions te machtig is, kan dit boek een goede kennismaking zijn.
En … misschien toch nog een straatnaam in Menlo Park of zo?
N.a.v. David J. Bosch. Prophetic integrity, cruciform praxis. Compiled and written by J.N.J. (Klippies) Kritzinger & Willem Saayman. Cluster Publications, 2011. ISBN 978 18750 53 896.
Zoek eerst het koninkrijk van God
Nu kan ik tenminste aan m’n afscheidspreek beginnen.
M’n tekst voor 1 april had ik al gekozen. – Ik ga preken over het slot van Matteus 6. Vanaf 1 januari ben ik al met de bergrede bezig. – Maar ik was nog niet in the mood.
Hoe kun je een afscheid voorbereiden als je niet zeker weet of het wel doorgaat?
Sinds de brief- en gedachtenwisseling tussen CC en de Mission Board, moest ik even pas op de plaats maken. De gemeente hield haar adem in: gaan we toch nog door? In die situatie ga ik niet met attestaties wapperen. En Matteus 6 heb ik ook even geparkeerd.
Maandag was het dan zover, De zendingscommissie keek nog één keer naar het verzoek van CC. De brief van brother Jack & sister Norah. Hun tweede brief met praktische handvatten: zo pakken we het aan. Plus de begroting, na mijn commentaar gelukkig wel bijgesteld.
De discussie duurde niet eens lang.
Het in november genomen besluit om te stoppen was gebaseerd op goede gronden. Er is geen reden om daarop nu terug te komen. Een paar leden hebben op papier een prachtig plan opgesteld. De meerderheid is nog even laks als voorheen, zo niet erger. Dit plan heeft geen kans van slagen.
De ingediende begroting is volstrekt onrealistisch.
- De inkomsten. Niets wijst erop dat je deze bedragen binnen zult krijgen.
- De uitgaven. Sam en z’n gezin zullen zo van de honger omkomen.
Zo viel maandag om 20.12 het doek voor 2012. Slik.
Ik kan nu gaan beginnen aan m’n laatste taak in CC. De mensen helpen om een thuis te vinden in één van de naburige gemeentes. Afscheid nemen …
En op zondag 1 april een hartelijke preek. Met een eerlijke evaluatie van het verleden. Een dringend appèl voor het heden. En christelijke hoop voor de toekomst.
Algemeen beschaafd … eh … Asdoditisch
Misschien moet ik maar eens een cursus ABS gaan geven. Algemeen Beschaafd Sotho. Want zoals de mensen hier praten, dat lijkt toch nergens op.
Neem nou dat laatste huisbezoek. Ik stel één van m’n standaardvragen. Wat spreekt je aan in deze kerk?
En wat zegt die jongen? The way kereke e runnang ka teng. Vrij vertaald: gewoon de hele manier van doen.
Z’n antwoord is een mix van Engels en Sotho.
- op z’n Sotho’s: kereke (inderdaad), e (een voornaamwoord, verwijst naar kereke), ka teng (de manier waarop)
- op z’n Engels: the way (de manier waarop), runnang (waarop de kerk ge-run-d wordt)
Zo gooien ze de boel door elkaar.
De jongeren in de gemeente kunnen de Sotho Beibele niet meer lezen. Iedereen loopt met een Engelse Bible rond.
Nee, dan de oudere kerkleden. Die maken me een compliment. Onze moruti spreekt beter Sotho dan ik. Hij gebruikt in z’n preek woorden die ik niet eens ken!
Sak, Sarel!
Moeten zij zich bekeren tot mijn niveau en algemeen beschaafd worden?
Misschien wordt het tijd om mijn woordenboek-preken in de kachel te gooien. En voor de Tswana’s een Tswana te worden. Voor de Zulu’s een Zulu. Als je iemand voor Christus wilt winnen, moet je minstens zijn taal spreken. De taal van het hart.
Weg met de grammatica.
Ik koop wel een mixer.
When helping hurts
Kan helpen pijn doen?
Het boek dat ik dinsdag las tijdens de vlucht van Schiphol naar O.R. Tambo, zegt van wel. When helping hurts – door Steve Corbett en Brian Fikkert – heeft als ondertitel: How to alleviate poverty without hurting the poor … and yourself (ISBN 978-0-8024-5705-9).
We willen arme mensen graag helpen.
- We bouwen een prachtige kerk voor de zendingsgemeente in Mamelodi.
- We geven daklozen in Amersfoort drie keer per week een lekkere maaltijd.
- We regelen een busje om de oude mensen in Soshanguve naar de kerk te rijden.
- We gaan met het geld dat we op onze trouwdag krijgen, in Nepal kinderen les geven.
Goed bedoelde initiatieven van barmhartige Samaritanen. Maar helpen we de mensen uit onze doelgroep er echt mee? Corbett maakt er een punt van dat je op die manier ook schade kunt toebrengen. Aan de armen in … en aan jezelf.
Dat vraagt om verduidelijking.
When helping hurts heeft een eigen website. Daar kun je kennismaken met het boek en de schrijvers. En leren nadenken over de issues die ze aansnijden en wat dat voor jouw goed bedoelde ‘hulp’ kan betekenen.
Ik geef een paar dingen weer uit het boek die mij raakten.
Het begint al met de definitie van armoede. Wij denken daarbij direct aan gebrek aan geld en andere materiële dingen. Vanuit de bijbel maakt dit boek duidelijk dat het om veel meer gaat. De mens is geschapen om te leven in relatie met God, met andere mensen, met zichzelf en met de rest van de schepping.
In alle vier relaties gaan dingen fout met mensen. Je hebt dus armoede in soorten. Kijk maar eens naar het schema hieronder. En bedenk wat er gebeurt als je iemand vrij achteloos een x-bedrag geeft. Wat doet dat met hem en met jou?
When helping hurts pleit vanuit dit bijbelse mens- en wereldbeeld voor een holistische benadering. Kijk verder dan geld en goed. Maar al te vaak bezien we het probleem door een verkeerde bril. Daardoor komen we met de foute oplossing. We proberen te helpen. Maar we maken het erger, voor hen en voor ons.
Dit gegeven wordt uitgewerkt, aan de hand van persoonlijke ervaringen en praktische voorbeelden.
Wat voor hulp is er nodig?
Het schema hieronder leert ons te onderscheiden tussen relief, rehabilitation & development.
Soms is er sprake van acute nood, waarin hier en nu geholpen moet worden. Noodhulp: geld, eten, onderdak. – Maar als het bloeden gestelpt is, komt er een volgende fase. Je kunt beter de tijd nemen om – samen met de mensen die hulp vragen – te gaan nadenken over middel- en lange termijn-oplossingen.
Maar al te vaak geven we relief (1), terwijl het veel zinniger zou zijn om aan rehab & development (2 & 3) te gaan werken. Hoe vaak trek ik m’n portemonnee in Soshanguve zonder dieper in te gaan op de hulpvraag? Lekker makkelijk, moruti, maar is dat helpen?
Zelfs 1 moet je in principe zo geven dat het op 2 & 3 gericht is. Het gaat niet om een zak met geld maar om mensen.
Mensen van God. Die naar zijn beeld geschapen en dus begaafd zijn. Mensen hebben meer in huis dan je vaak denkt. Ook dat bijbelse uitgangspunt werken Corbett en Fickert helder uit.
- Daarom pleiten ze voor een benadering die begint bij de assets van mensen en niet bij hun needs. Benader ze niet negatief: wat heb je nodig? – maar positief: wat heb je te bieden?
- Daarom maken ze zich sterk voor participation. Doen wij dingen voor hen, doen we dingen samen met hen of ligt het initiatief bij hen terwijl wij daarop reageren?
Het boek confronteert me behoorlijk met mezelf. Hoe ik bezig was in Mamelodi en Amersfoort. Wat ik nu doe of laat in Soshanguve. Ik kan wel lachen om die typisch Amerikaanse aanpak – maar hoe vaak heb ik door helping ge-hurt? Au.
Ik las het boek tussen NL en ZA.
Tijdens ons verlof vond een indaba plaats waar het juist over dit soort vragen ging. Begin 2012 krijgt dat een vervolg in een extra synode over de toekomst van onze kerken in Zuid-Afrika.
De inbreng van When helping hurts is daarbij van belang.
Bidden en betalen
De twee B’s, noemde Renger Doornbos van de PR-commissie het. De kerken in de regio’s Groningen en Friesland steunen het zendingswerk in Zuid-Afrika door te bidden en te betalen. Je kunt het ook als de twee G’s aanduiden: gebed en giften.
Van 13 tot en met 27 november waren Mieke en ik bij de twee BG’s.
Na het trouwen van Erik & Femke vertrokken we naar het noorden. De zending had ons ondergebracht in Garnwerd, in het smalste straatje van Nederland. Een prima plek. Van daaruit konden we door de mist naar de verschillende kerken en scholen om verhalen te vertellen over het zendingswerk.
In de gemeenten van Heerenveen, Leens, Middelstum, Ulrum, Ureterp en Winsum heb ik verteld over de komende sluiting van het preekpunt in Soshanguve CC. Mijn ervaringen daarmee heb ik ook gedeeld in een vergadering met afgevaardigden van plaatselijke Z&H-commissies [Z&H = zending en hulpverlening].
De meeste mensen reageerden toch wel wat onthutst. Dat is niet wat je verwacht van een presentatie over de zending. Dan moeten er succesverhalen komen over groei. Die zijn er ook wel – heb ik duidelijk gemaakt – maar het gaat niet altijd zo. Ook tegenvallers en moeilijke beslissingen zijn deel van het zendingswerk. Dat snappen de mensen ook wel. Van diverse kanten kreeg ik waardering voor het eerlijke verhaal en de toezegging om juist ook voor deze dingen te bidden.
De avonden heb ik nogal eens gebruikt voor catechisatie-groepen. Ik mocht gastlessen geven in Delfzijl, Enumatil, Grootegast en Oldehove. In totaal heb ik voor – ik schat – 150 jongeren in 8 groepen een presentatie gehouden. Soms voor kleine groepen maar ook wel voor een hele zaal in één keer.
M’n verhaal begon met Ajax – altijd raak, mede dankzij Cruijff en Van Gaal – en vroeg de jongeren na te denken over de vraag of je als christen de onthulling van een grafsteen mag bijwonen. Voor de jongeren in Soshanguve een belangrijk punt, voor de Nederlandse catechisanten ver van hun bed. Totdat je een parallel trekt met het al dan niet naar een rockconcert gaan. Ineens blijken de vragen van Christus en cultuur toch wel dichtbij te liggen!
De ochtenden waren voor de basisscholen. Acht heb ik er bezocht om daar m’n verhaal over Anders en toch hetzelfde af te steken. Ik was in Delfzijl, Harkstede, Heerenveen, Kootstertille, Leeuwarden, Ureterp, Winsum en Zuidhorn. Dat is 32 keer dezelfde presentatie doen, in twee versies: onderbouw en bovenbouw.
Kinderen reageren altijd, zij het heel verschillend. Ik heb ervan genoten. Ik hoop zij ook.
Tussendoor kwam er nog van alles voorbij. We spraken met de zendingsdeputaten. We kregen bezoek van Annelien, Elisabeth, Jelmer en Jojan. Met deze Athletes in Action evalueerden we het project van vorig jaar. Komt er een vervolg in 2012? We zullen zien.
Het was een drukke tijd. Maar goed.
Het weer? Dit was de droogste november van de laatste 100 jaar.
Wij zijn terug in Zuid-Afrika. Noord-Nederland kan verder met bidden en betalen.
Kerkgroei
Een zendeling die komt preken. Dat kan interessant worden. Voorlichting over de kerk in Afrika. Dat is ook lekker makkelijk. Het gaat over anderen. Zijn werk in Soshanguve. Het geloof en bijgeloof van de zwarte mensen daar. Dat blijft mooi op een afstand.
Ik dacht het niet. Verhalen uit Afrika laten ons in de spiegel kijken. Hun succes of hun mislukking zijn een vraag aan u en aan jou. Deze preek gaat dan ook over kerkgroei in Nederland en in Zuid-Afrika.
Is het u opgevallen dat Lucas in vers 20 twee woorden gebruikt voor de groei van de kerk?
Het woord van de Heer zegevierde (ηυξανεν) en het vond steeds meer gehoor (ισχυεν). Dat gaat over getallen. Meer mensen namen het evangelie aan. Maar het heeft ook met de kracht van het woord te maken. Het evangelie kreeg meer invloed in het leven van mensen.
Je kunt op twee manieren groeien. Dat snapt een kind.
In juli van dit jaar hadden we Jasper – onze kleinzoon – op bezoek in Zuid-Afrika. Die hadden we een tijd niet gezien. Dan zeg je: wat is die jongen gegroeid! In de lengte – het is een kerel geworden. Maar ook z’n verstand. “Kijk opa, een BMW! En daar, een Chevrolet!”
Kinderen groeien lichamelijk en geestelijk, als het goed is. En als ze in één van beide opzichten niet meegroeien, heb je een probleem.
Een gemeente groeit in getallen en in geloof, als het goed is. Als de groei stagneert – in de breedte of in de diepte – is er een probleem.
Dat dubbele van kerkgroei vind je vaker terug in Handelingen. [1]
- Hoofdstuk 6 vers 7, na een interne crisis: “Het woord van God vond steeds meer gehoor (ηυξανεν), zodat het aantal leerlingen in Jeruzalem sterk groeide (επληθυνετο) …”
- Hoofdstuk 12 vers 24, na een ander soort crisis: “Het woord van God verspreidde zich (ηυξανεν) en vond steeds meer gehoor (επληθυνετο).” Letterlijk hetzelfde als hier.
Okay, interessant. Maar nu de praktijk. Naar aanleiding van deze tekst leg ik de vraag op tafel: Hoe staat het met onze eigen gemeente? Is er sprake van groei?
Dat punt is druk besproken dit jaar in de kerk in Soshanguve CC waar ik werk. We hebben nu 20 jaar in deze wijk gewerkt. Waarom blijft de gemeente zo klein? Is er zicht op instituering – dus dat we zelfstandig worden? Je kunt wel een mooi motto hebben: CC – Christ Central – maar staat Christus echt in het middelpunt?
Die zelfde vraag kan ik natuurlijk ook stellen aan jullie hier in … Groeit de kerk in getallen: zijn we aantrekkelijk voor mensen van buiten? Groeit de gemeente in kracht: krijgt het evangelie meer invloed in jouw leven? Lastige vragen misschien.
Laten we erover nadenken aan de hand van Handelingen 19. De kerk van Efeze. Een spannend verhaal. Goed om in de spiegel te kijken.
Kerkgroei in Efeze. Een toneelstuk in vier bedrijven.
Eerste bedrijf. Christus in het middelpunt. Christ Central.
Het gaat als een lopend vuurtje door de stad. Over Paulus. Z’n optreden, eerst in de synagoge (8), later in de school van Tyrannus (9). Over Jezus, de Heer (10) en over zijn weg (9).
Het blijft niet beperkt tot de stad. Alle inwoners van Asia – West-Turkije, zouden wij zeggen – maken kennis met de boodschap van de Heer (10). En het blijft niet bij woorden. Zelfs de vuile was van deze Paulus blijkt over wonderkracht te beschikken (12). Efeze staat versteld.
Ja, maar niet over Paulus. Door Gods toedoen kan hij zieken genezen, zegt vers 11. Het is de boodschap van de Heer die Efeze en omgeving op de knieën brengt.
Einde eerste bedrijf. Kent u dat stuk?
Ik prijs de Heer als ik zie wat er in Zuid-Afrika gebeurt. Een zendingsteam van toegewijde mannen. Elke zondag wordt op zoveel plaatsen het evangelie verkondigd. Nieuwe gemeenten worden gesticht en mogen door Gods toedoen groeien. De boodschap van de Heer wordt gehoord en geloofd. Jezus verandert mensen. Prijs de Heer!
Ik hoop dat u zo ook God kunt danken. Voor zondagse kerkdiensten. Voor de Alpha-cursus. Voor wat God doet in jouw leven en in dat van anderen. Ook in … gebeuren wonderen.
Maar … in Nederland, in Zuid-Afrika en in Turkije is de satan actief.
Tweede bedrijf. Christus uit het middelpunt en ik erin.
We zien de zeven zonen van Skevas opkomen. Vreemde gasten zijn het. Van joodse afkomst, dus ze hebben wel iets met de bijbel. Maar wordt het bezweren van boze geesten in Deuteronomium 18 niet verboden? – Geen punt, moet kunnen! Als het werkt, waarom niet ?
De firma Skevas doet niet moeilijk. Als ze zien dat de naam van Jezus het goed doet bij Paulus … ja, waarom zouden zij het dan ook niet eens proberen? Hocus pocus … Ik bezweer jullie bij Jezus, die door Paulus wordt verkondigd … pilatus pas!
Die hebben het dus echt niet begrepen. Jezus is voor hen niet de naam die elke naam te boven gaat (Fi 2:9) maar één van de vele. Niet de zoon van God aan het kruis maar een magische formule. Niet: hij is de wijnstok en wij zijn de ranken (Jh 15:5). Maar: ik ben de tovenaar en hij is het stokje.
Einde tweede bedrijf. Kent u dat stuk?
Ik zie het in Zuid-Afrika gebeuren. De mix van heidendom en christendom. Op zaterdag knielen bij het graf en offeren aan de voorouders – op zondag bidden in de kerk. Jezus is mijn redder – maar als m’n kind ziek wordt, breng ik hem naar de sangoma. – Als het werkt, waarom niet ?
Christus uit het middelpunt en ik erin.
Dat komt hier in … zeker niet voor? Op zondag in de kerk zitten, maar Jezus niet werkelijk als Heer aanvaarden. Mijn geld is mijn geld. Mijn seks is mijn seks. Mijn tijd is mijn tijd. Mijn bier is mijn bier. Mijn vrienden zijn … “Wat, ben jij gereformeerd – dat had ik nou nooit gedacht!” Moet kunnen toch: gelovig zijn en midden in de wereld staan – we zijn geen refo’s!
Derde bedrijf. Christus terug in het middelpunt.
Het wordt nu een comedy. Maar wel iets voor boven de 16. Naakte mannen op het toneel. Bebloed gaan ze af. Lucas vertelt het met humor. Maar het wordt wel even stil in de zaal.
De naam van Jezus is geen middeltje. We zijn meer dan overwinnaars – schrijft Paulus later – maar dan wel door hem die ons heeft liefgehad (Rm 8:37). Je kunt niet de naam gebruiken zonder zijn liefde te kennen en te aanvaarden. Laat ieder die de naam van de Heer Jezus noemt, ver weg blijven van de ongerechtigheid (2 Ti 2:19).
De duivel is niet onder de indruk. Zonder echte bekering – breken met toverij, stoppen met seks voor het huwelijk, kappen met je verslaving en vul maar in – zonder wedergeboorte blijf je in de greep van de zonde. Als de familie Skevas eindig je naakt en bebloed in de poel van vuur en zwavel.
Einde derde bedrijf. Ook wij worden nu stil. Ben ik een wedergeboren christen? Wie staat er eigenlijk in het centrum van mijn leven? [slik]
Vierde bedrijf. Christus stralend in het middelpunt.
Het toneelstuk wordt nu interactief. Iedereen mag meedoen. We maken een groot paasvuur. Breng al je rotzooi maar hier, mensen! Alles gaat in de fik.
Dat gebeurt in Efeze. De beroemde Efezische toverboeken gaan – niet naar De Slegte (dan vang je er nog wat voor) maar – in de hens. Waarde: 50.000 zilverstukken, een smak geld. Zonde toch? De naam van Jezus maakt indruk, buiten de kerk en erbinnen.
Ik zeg expres: ook in de kerk. Vers 18 zegt dat veel gelovigen openlijk hun praktijken kwamen opbiechten. De NBV maakt ervan: ‘nieuwe gelovigen’ – maar dat woordje nieuwe staat er niet bij. Ze waren al kerklid (πεπιστευκοτων), maar zonder dat ze echt gebroken hadden met hun oude leven. De heidense afgoden. De wereldse levensstijl. Christen zijn is okay, zolang het me niet teveel gaat kosten.
Tja, zo kun je kerklid zijn, 50-50, half om half. Maar nu wordt het hun toch te heet onder de voeten. Weg met die rommel! Zo zegeviert het woord van de Heer en het vindt steeds meer gehoor. In Efeze. In Soshanguve, Mamelodi, Nellmapius, Akasia. Hier in …
Kom er maar bij. Breng je foute muziek en je sigaretten. Gooi je slapheid en je lauwheid in het vuur. Je gore gedachten en je domme daden. Het wordt een paasvuur. Nieuw leven door Christus!
Deze preek ging over kerkgroei in Nederland en in Zuid-Afrika. Mijn gebed is dat jij persoonlijk mag groeien in je geloof. Christus in het middelpunt. En dat het ook in de kerk mag zijn: Christ Central. Van zo’n gemeente gaat iets uit. De duivel gaat er – staart tussen z’n poten – vandoor. En Jezus in de hemel is blij met ons. Zullen we bidden dat we zo’n gemeente mogen zijn?
[GKv Middelstum 13-11, Heerenveen 20-11, Ureterp 27-11-2011]
[1] A. Noordegraaf: Creatura Verbi. De groei van de gemeente volgens de Handelingen der Apostelen (1983).
The future of Soshanguve CC
[Dit is het rapport dat op 14 oktober door het zendingsteam, op 24 oktober door de zendingscommissie en op 5 november door de kerkenraad van Maranata aanvaard is. Geschreven door een commissie, bestaande uit Tjeerd de Wit, Thabo Matlaela, Harry Pouwels, Hans Sterk en mijzelf.]
Mission work is God’s work in which we are involved.
It is only God who makes things grow, but we must use good seed and sowing methods.
Being dependent on the holy Spirit does not exclude taking strategical decisions.
“Where does the Lord lead us?”
Instruction
Maranata church council appointed us to give advice in connection with the future of Soshanguve CC. This is based on the strategic plan 2009-2014:
Since work in Central has been going on for 20 years now, 2011 will be a decisive year. If there is no real growth towards institution, this mission point will be closed down.
Mission work in Soshanguve Central was started in 1989. Since then there was growth in Soshanguve – resulting in churches in GG, WW, XX and F4 – but Central stayed behind. This has been a concern in the Mission Board over the years. Rev. T. de Boer was appointed to work full time in CC during 2009, 2010 and 2011. Now is the time to make the decision. Close or continue?
We actually met three times in Soshanguve:
- an initial meeting to acquaint ourselves with the facts and figures about CC [11-08]
- a meeting with the congregation on Sunday after church, where we asked questions in order to hear from the members their opinion about the lack of growth [02-10]
- a final meeting to formulate our advice as given in this report [12-10]
Criteria
How does one define ‘real growth toward institution’?
In mission circles we often use the three selves formula. A mission point should grow into a church that is self-governing, self-propagating and self-supporting. More or less the same criteria we find in the Maranata policy document Beleid vir die instelling van die ampte (2003) [1]. We think the three selves can help us to evaluate the mission work in Soshanguve CC.
The main question in connection with CC is:
Can we expect this preaching point to grow into a self-governing, self-propagating and self-supporting church?
Based on reports from the past and on our talks with church members, our answer is negative.
1. A self-governing church?
The number of men in CC remains very low. See the figures given by the missionary:
There are only one or two brothers who can be trained to become elders. The experience with young men is unfortunately that many of them buy a house in XX and move away from Central.
2. A self-propagating church?
After 22 years the membership is still low[2]. This is a difficult area to evangelize: most people have lived here for many years and ‘have their own church’. People who recently moved to a new area like XX seem to be more open ‘to try another church’ in that area.
Attendance on Sundays is app. 35. Church activities like prayer meetings, cell groups and catechism classes are poorly attended. This seems to be the main problem. The congregation is not very active[3]. In their own words: they suffer from a lack of commitment, a lack of faith and a lack of love.
This spiritual problem can be explained from a wrong approach in the past. The ‘spoon feeding’ by the mission was done with the best intentions but it kept the congregation passive and dependent. It is difficult to change this mindset. Active young members are disappointed by the laziness of older ones. New members are discouraged by this attitude.
3. A self-supporting church?
In 2008 the mission provided the congregation with a church stand in CC. What is missing, however, is a feeling of ownership. Only a few members contribute to the building fund. Maintenance of both the yard and the church building is in arrears.
Sunday collections are low. Tithes are below standard as well[4].
This has to do with poverty, but even more with motivation. Members admitted this during our talks with them. Students and pensioners cannot contribute much. But those who can, lack commitment for the kingdom of God. In the words of the missionary: “Even though we may see a surplus at the end of 2011, spiritually we have a definite deficit.”
A growing church?
The church in CC adopted a beautiful motto in 2008: Christ Central. The leading Bible verse in the strategical plan is Galatians 4 verse 19: … until Christ is formed in you … Our sad assessment is that this spiritual growth has not been realized[5].
After 22 years CC is still in the 1st phase of mission work: Coming to Christ[6], without moving into the 2nd phase: Growing in Christ[7].
Conclusion
We believe that the Lord Jesus, through his holy Spirit, calls people to be his servants.
He gave his church instructions to spread the gospel and the results are ascribed to the work of the Spirit, as it pleases him.
We must follow the indications given by the Lord.
If, after 20 years, we see there is no ‘real growth towards institution’, we should surely conclude that we must work in a different way or that we should work somewhere else.
The gospel of Jesus Christ has been preached in Central for more than 20 years. This was not in vain. But it doesn’t look like we will be reaching our target of church planting in this area.
We don’t deny that there are committed younger and older Christians in CC. People live and die in Christ. But we don’t see CC as a church growing towards institution in the coming 5 or 10 years.
We advice Maranata, therefore, to stop the mission work in Soshanguve CC.
What does that mean in practice?
- no missionary will be allocated to CC
- the present activities will be scaled down
- the current members will be given a ‘transfer’ (attestation) to other ‘branches’ like GG
- the church stand will be sold
Other solutions?
Is there a possibility to continue the work in CC in another way?
We discussed several options. The independent church in Soshanguve GG could take over and hold an early service in CC. But the church council is struggling already [8]. We can’t expect them – without a missionary – to make CC grow towards institution. The same applies to the church in WW that is walking its own difficult path towards independence.
Exit strategy
The strategic decision not to continue mission work in CC, will be difficult for the existing members, esp. those who are on pension. We propose a good exit strategy, as follows:
- Rev. De Boer will help all members with their ‘transfer’ to the ‘branch’ of their choice.
- He will also make sure that the pastoral care is transferred to the ‘new’ church.
- The church in GG will receive an amount per month, to provide transport for the pensioners from CC attending the services in GG[9]. Maranata allocates money for this purpose in 2012 (100%), in 2013 (50%) and in 2014 (25%).
- Members in CC are encouraged to continue their cell group activities. Christians living in the same area should share joy and sorrow, study the Bible and pray together.
The missionary will be available for other tasks in the mission field, from 1 April 2012 or earlier as the work in CC is finished.
Lessons to learn
What can we learn from our experience in CC (Central) for the mission work? In hindsight it is always easy to see certain things. What we say now is not meant to judge former missionaries. But there are some lessons to learn.
- Has Central been given a fair chance to grow? The start in 1989 was good. But ever since Rev. A.J. de Visser started to focus on GG, CC has been treated as a stepchild. Other areas got attention – WW and XX – but Central never had a fulltime missionary until 2009. [Student George Mnisi lived and worked in this area.] It is true that mission work has been done in Central since 1989, but how focussed were we on this mission point? If we want a preaching point to develop into a mature church, that mission point deserves undivided attention of a dedicated mission worker.
- In the present mindset of the people in CC we gain what we have sown. With the best intentions, our missionaries in Mamelodi and Soshanguve have ‘spoiled’ the church members. Examples are the diaconal support to poor people, the providing of transport to the church, the availability of project money, bursaries for students through the Thusano fund and church buildings erected by ‘the mission’. If we want a preaching point to develop into a mature church, it is important to involve the members from day one. This includes tithes and offerings, ownership of church stand and buildings, taking responsibility for church activities and developing spiritual gifts.
Mission work is God’s work in which we are involved.
Even after the last three years, we don’t see real growth towards institution in CC.
Let us rather use the money and the manpower the Lord provides, in another place.
May the holy Spirit bless this decision.
[1] The policy document mentions three reference points for the congregation:
1. The membership (counting only members who are active and committed)
2. The social situation (will the congregation be able to become self-supporting?)
3. The manpower (how many men are available to be trained as elders of the church?)
[2] Around 80, of which only 45 members [25 families] actually live in Central.
[3] Rated 3.65 on a scale of 1 to 10.
[4] Rated 4.9 on a scale of 1 to 10.
[5] From the report of the meeting with CC church members:
“We do not doubt the sincerity of many members’ faith. But we get the impression that this faith has not resulted in the reaction expected from a believer. A reaction which should include works of thankfulness, caring for each other, a willingness to participate. Has the gospel really transformed people’s hearts as well as their will, their heads, their arms and legs, so that something happens, apart from a third attending Sunday services?”
[6] Planting. Leading Bible verse Matthew 11 verse 28: Come to me, all you who are weary and burdened, and I will give you rest …
[7] Care. Leading Bible verse Romans 8 verse 29: … to be confirmed to the likeliness of the Son …
[8] GG recently asked classis North for additional manpower due to lack of elders in their church.
[9] Of course the people involved have to contribute themselves what they can. But it wouldn’t be fair to burden GG’s deacons with extra expenses.
Visite
Terwijl wij op het punt staan naar Nederland te vertrekken, komt Nederland eerst nog even bij ons. Wij gaan onze achterban vertellen over het zendingswerk. De samenwerkende kerken sturen een team om zich op de hoogte te stellen van wat hier in Zuid-Afrika gebeurt.
It’s visitation time!
Vrijdag komen ze ons thuis bezoeken. Gisteren werd er vergaderd.
Het visitatie-team bestaat uit
Marco Buitenhuis (zendingsdeputaat NL)
Henk Folkers (extern adviseur)
Hans Moes (VGK Kaapstad)
Madeline Sietsma (secretaresse)
Roel Sietsma (zendingsdeputaat NL)
Jaap Smit (VGK Pretoria, zendingsdeputaat ZA)
Jaap van der Vinne (zendingsdeputaat NL)
Ze struinen hier de hele week rond, vliegen dan naar de Kaap – om het werk daar te bezien – en komen dan terug voor een indaba (conferentie) over de sustainability van het zendingswerk.
Gistermiddag was er een vergadering met ons zendingsteam. Een goed gesprek over hoe wij werken en waarom. Zinnige vragen over wat goed en wat slecht gaat. Diepe discussies over ownership, self-support en strategisch denken. Voorzitter John Mahlangu leidde de vergadering op z’n bekende humoristische manier.
Gisteravond vergaderden de visitatoren met de zendingscommissie. Het eerste deel van die ontmoeting ging over de toekomst van Soshanguve CC. Unaniem werd besloten het rapport van de commissie te aanvaarden en als voorstel op de tafel van de kerkenraad te leggen.
De kogel is door de kerk. Welke kogel en welke kerk, dat kan ik voor 5 november nog niet zeggen. Het woord is dan aan de kerkenraad.
Planting, Watering, Growing
Aan het bezoek van Henk Drost hield ik een mooi boek over. Bedankt, pastor Genk!
Henk, m’n collega uit Oekraïne, bestelde vanuit Nederland een boek in Amerika dat met enige vertraging hier in Zuid-Afrika arriveerde. De titel is: Planting, Watering, Growing. De ondertitel: Planting Confessionally Reformed Churches in the 21st Century. Het is een uitgave van Reformation Heritage Books, ISBN 978-1-60178-126-0.
Ik heb wel meer boeken over kerkplanting gelezen. Maar dit boek is uniek. De schrijvers zijn onbeschaamd gereformeerd. Ze houden van de gereformeerde belijdenis. En vanuit dat uitgangspunt zeggen ze zinnige dingen over evangelisatie en zending in deze tijd. Een mooie combinatie van belijnd en bijdetijds. Dezelfde mix die ik zo waardeer bij degene van wie ik het boek kreeg.
De schrijvers komen bijna allemaal uit de URCNA, de United Reformed Churches in North America. Vanuit de CanRC, de Canadian & American Reformed Churches, levert Wes Bredenhof een boeiende bijdrage. Er wordt ook voortdurend verwezen naar het handboek over kerkplanting van de OPC, de Orthodox Presbyterian Church.
Natuurlijk zijn de artikelen geschreven vanuit de Amerikaanse context. Maar ik heb er veel van geleerd: bijbelse noties, dingen uit de belijdenis, opmerkingen over de liturgie, praktische tips voor church plants & church planters.
In Planting, Watering,Growing, the authors of this collection of essays weave together theological wisdom, personal experiences, and practical suggestions, guiding readers through the foundations and methods of planting confessional churches that uphold the Word of God.
Ik beveel dit verfrissende boek van harte aan. Het heeft mij in elk geval heel wat opgeleverd.
Overbodig
Je moet jezelf als zendeling overbodig maken.
Zo heb ik het tenminste geleerd. In 1982 bij de GMO, de gereformeerde missiologische opleiding. En ik denk al eerder in Kampen, aan de theologische hogeschool. Een goede zendeling maakt zichzelf op den duur overbodig.
Wat ben ik een goede zendeling. Als de kerk in CC in 2012 dicht gaat – en daar lijkt het op – heb ik mezelf er netjes uitgewerkt. Kan ik dan met de vut? Zit er nog een beroep in? Of kan ik op de hoek van de straat gaan zitten met alle andere werkelozen? “Ervaring met kerkafbraak”.
Dan was het de vorige keer toch anders.
Toen ik in 1991 uit Mamelodi vertrok, was de gemeente op weg naar zelfstandigheid. We hadden een betrouwbare evangelist. We werkten met een voorlopige kerkenraad. Ik kon steeds meer dingen aan hen overlaten. Dat gaf ruimte om verder te kijken. Naar Soshanguve en misschien andere plaatsen.
En zo hoort het ook. Denk aan onze grote voorganger Paulus. Die na een periode werken in plaats A verder trok. De gemeente in A bleef achter met eigen oudsten. Maar Paulus reisde verder naar B.
In elke gemeente stelden ze oudsten aan, en na gevast en gebeden te hebben bevalen ze hen aan bij de Heer, in wie ze hun vertrouwen hadden gesteld. (Handelingen 14 vers 23)
[Tegen die oudsten zegt hij:]
Zorg voor uzelf en voor de hele kudde waarover de heilige Geest u als herder heeft aangesteld; u bent de opzieners van Gods gemeente, die hij verworven heeft door het bloed van zijn eigen Zoon. (Handelingen 20 vers 28)
Paulus had natuurlijk niet te maken met een zendingscommissie en deputaten. Er was geen tekort op de begroting door de ongunstige wisselkoers. Geen overschot aan kandidaten die op een beroep zitten te wachten. Paulus had alleen te maken met zijn zender en met zijn opdracht.
Ik denk dat ik daar ook maar bij blijf.
Heer, U die ons in 1978 naar Aduard hebt gestuurd –
[en er stonden nog vier andere kerken te wachten]
U die ons in 1981 verraste met een beroep uit Mamelodi –
[wat hebben we gelachen: wij de zending in ?!]
U die ons al in 1991 naar Meppel begon te leiden –
[een verrassend telefoontje van Rein Knol]
U die ons in 2000 overtuigde naar de Martus te gaan –
[zeer tegen onze zin: dat grefo bolwerk ?!]
U die ons in 2008 weer in Zuid-Afrika deed belanden –
[via de complexe omweg van een hersentumor]
U hebt vast alweer een ander plan in gedachten
leer mij volgen zonder vragen – Tot Dienst Bereid
[4 oktober 2011]
































