Informal economy
Erik en Maarten maakten kennis met ze tijdens het WK voetbal 2010.
In de buurt van het stadion komt er ineens een zwarte jongen in een oranje hesje naast je auto rennen. Met brede gebaren maakt hij duidelijk dat je hem moet volgen. Hij rent voor je uit en dirigeert je naar een parkeerplaats. Daar aangekomen, begroet hij je vriendelijk en verzekert je dat hij op je auto zal passen. Tegen een vergoeding uiteraard.
Deze car guards komen hier in allerlei variaties voor. Ik kom ze tegen als ik de wekelijkse boodschappen ga doen. Soms zijn ze in dienst van het winkelcentrum. Soms hebben ze zichzelf aangesteld. Opvallend: de niet-officiële guards zijn ijveriger dan de officiële. Die zullen wel een vast salaris hebben. Of in elk geval voor een deel.
Ik kom ze ook tegen als ik naar de boekwinkel in Hatfield ga. Of naar de binnenstad.
Langs de straat staan wel parkeermeters. Maar die werken al lang niet meer. Er zijn ook parkeergarages. Maar het eenvoudigste is je door zo’n jongen in een hesje een plaats te laten aanwijzen. Je geeft hem een tientje. En meestal na afloop nog wat. Hij past op je auto. Hij wijst je de weg als je loopt te zoeken – waar had ik m’n auto ook alweer gelaten? Hij helpt je om weer veilig de weg op te komen. En vaak maakt hij ook nog een praatje met je.
Een mooi voorbeeld van Afrika’s informal economy. Zo komen werkeloze mannen aan hun inkomsten.
Over de car guards staat een interessant artikel in de New York Times van deze week.
Een mooi human interest verhaal is het. Maar het wordt in een breder kader gezet:
The car guards are part of South Africa’s informal economy, which provides work for about 2.1 million people, more than 16 percent of the labor force, a crucial sector in a country where the official unemployment rate is 25 percent. The informal economy includes windshield washers and prostitutes, peddlers of squishy balls and exfoliators, people who cannot find official jobs as well as people who do not want them.
Aan het rijtje voeg ik de vuilnisophaaldienst toe. Niet de officiële. Maar de mannen – en vrouwen – die met hun karren op zoek zijn naar papier, blik, glas en plastic. Afvalscheiding à la Afrika.


Ek wonder altyd hoeveel mense besef dat die motorwagte by die parkeerterreine van winkelsentrums per dag moet betaal vir die “voorreg” om daar te mag motors oppas?
Dié bedrae wissel blykbaar tussen R28 en R100 per dag. Is dit normale praktyk?
Dan koop ons maklik R1 000 se kruideniersware en kan nie R1 of R2 afstaan nie.
Ek is seker mense sal anders dink en doen as hulle van hierdie feit bewus gemaak word.
Ek self was tot onlangs toe nie daarvan bewus nie. Al die mense met wie ek daaroor praat, is verstom en verbaas daaroor.
Miskien moet hierdie feit dan meer beklemtoon word en onder die publiek se aandag gebring word.
Ek glo mense sal dan meer bereid wees om motorwagte met kleingeld te beloon.